Categorie: niet- ontvankelijkheid

Juridisch kader: Wkkgz, reglement, Wvggz en BW


In de Wkkgz staat dat zorgaanbieders een schriftelijke regeling moeten hebben, zodat zij klachten kunnen  ontvangen en afhandelen. Die regeling  moeten patiënten – en hun vertegenwoordigers- makkelijk kunnen vinden en gebruiken.

Heeft een patient een klacht ingediend? Dan moet de zorgaanbieder de klager binnen 6 weken schriftelijk laten weten wat zij hebben beslist over de klacht. Deze termijn kan met 4 weken worden verlengd.

De commissie kan klager niet ontvankelijk verklaren in zijn klacht. Dit betekent dat de commissie de klacht niet kan behandelen. In sommige gevallen toetst de commissie ‘ambtshalve’ of de klacht van de klager niet ontvankelijk is. In andere gevallen toetst de commissie dit op verzoek van de zorgaanbieder “bij eerste gelegenheid”. In de reglementen van de geschilleninstanties staat wanneer dit zo is.

Ambtshalve (artikel 5 en 7)

Als een klager in zijn klacht ambtshalve niet ontvankelijk is, heeft klager de regels voor het indienen van een klacht niet gevolgd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer:

-het financieel belang hoger is dan volgens het reglement mag (tot € 25.000);

-de klager al met de klacht naar de rechter is gegaan (de gewone rechter, niet de tuchtrechter).

Op verzoek zorgaanbieder (artikel 5 en 7)

De commissie kan een klager in zijn klacht niet ontvankelijk verklaren als de zorgaanbieder daar om vraagt. De zorgaanbieder kan bijvoorbeeld aangeven dat de klager zijn klacht niet eerst indiende bij de zorgaanbieder.

Als een klacht niet-ontvankelijk is, kan de commissie deze niet inhoudelijk behandelen. In deze analyse is terug te vinden wat de redenen zijn waarom de commissie de klacht niet kon behandelen

Niet-ontvankelijkheid Geestelijke Gezondheidszorg

Wanneer er behandeling of opname plaatsvindt onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) (voorheen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz), kan het zo zijn dat er een andere klachtenregeling van toepassing is.

De per 1 januari 2020 in werking getreden Wvggz heeft namelijk een eigen klachtenregeling (hoofdstuk 10 Wvggz). De commissie is mogelijk onbevoegd wanneer de cliënt onder deze eigen klachtenregeling valt. Cliënten kunnen in beroep gaan bij de rechter als zij het niet eens zijn met de beslissing van de klachtencommissie onder de klachtenregeling Wvggz.

Uitspraak 105617, Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg

In deze zaak ging het om een cliënt die gedwongen is opgenomen door de zorgaanbieder. Volgens de cliënt is zij slecht beoordeeld en had de zorgaanbieder haar niet gedwongen op mogen nemen. De commissie verklaart de cliënt echter niet ontvankelijk in haar geschil. De commissie verwijst in de eerste plaats naar de Wet Bopz. Op grond van artikel 41 van die wet heeft de onvrijwillig opgenomen cliënt het recht om te klagen over ingrijpende beslissingen die genomen worden op grond van de Wet Bopz. De klager is in haar klacht niet ontvankelijk, omdat de rechter de bezwaren tegen de gedwongen maatregelen moet beoordelen volgens de Wet Bopz.

Vergelijkbare uitspraken van de commissie Geestelijke Gezondheidszorg:106571, 116462, 118049, 118126

Niet-ontvankelijkheid op basis van andere gronden

Vaststellingsovereenkomst

Een klacht kan tevens niet-ontvankelijk worden verklaard op basis van andere gronden. Zo kan het dat er een vaststellingsovereenkomst is vastgesteld tussen partijen. Het doel van zo’n overeenkomst is om het geschil definitief te beëindigen en om geschillen te voorkomen.

Uitspraak 20190112, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt verweerster dat de artsen die bij haar moeder op huisbezoek gingen onzorgvuldig hebben gehandeld, omdat zij haar moeder niet hebben doorgestuurd naar het ziekenhuis. De moeder van klaagster is drie dagen later overleden. Klaagster is daarom procedures gestart bij de klachtencommissie en het Regionale Tuchtcollege en het Centrale Tuchtcollege. Naar aanleiding van haar klacht hebben klaagster en haar advocaat afspraken gemaakt met de zorgaanbieder (vaststellingsovereenkomst). Klaagster heeft een schadevergoeding gekregen. Door het sluiten van deze vaststellingsovereenkomst zijn de geschillen over de zorgvuldigheid van het medisch handelen beëindigd (ex art. 7: 900 BW), Klaagster mag daarom niet nog een keer een geschil over hetzelfde indienen. Verweerster doet daarom terecht een beroep op de niet-ontvankelijkheid.

Vordering boven de 25.000 euro

Op basis van artikel 20 van de Wkkgz mag de Geschillencommissie een schadevergoeding toe kennen tot in ieder geval € 25.000,–.

Gaat het om een hogere vergoeding dan € 25.000,-. dan moet de patiënt uitdrukkelijk afzien van een hogere vergoeding. Als de patiënt dit niet wil, dan kan de commissie de klacht niet-ontvankelijk verklaren.

Uitspraak 2017/44, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Verweerder heeft klager in 2013 niet verteld dat er sprake was van verhoogde PSA-waardes. Ook ging verweerder niet in gesprek en stelde verweerder geen verder onderzoek in. Klager zegt hierdoor meer dan € 25.000,00 schade te hebben geleden en vraagt om € 25.000,00 als voorschot op de schadevergoeding.
In totaal gaat het om een bedrag dat hoger is dan waarover de Geschillencommissie Huisartsenzorg uitspraak mag doen, zoals staat in artikel 20 van de Wkkgz. De gemachtigde van klager heeft niet aangegeven dat hij alsnog akkoord zou gaan met een maximale vergoeding van € 25.000,00, of dat de commissie alleen de klacht zou beoordelen. Daarom is de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Niet eerder kenbaar maken klacht

Een klacht zal eerst kenbaar moeten worden gemaakt bij de zorgaanbieder. Dit is een voorwaarde om de klacht te kunnen behandelen bij de Geschillencommissie.

Uitspraak 20180001, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Volgens klaagster maakte de triagiste van de huisartsenpost een onjuiste inschatting van de spoedeisendheid van de klachten. Volgens klaagster had de triagiste een ambulance naar de patiënt moeten sturen. Verweerster voerde aan dat dit onderdeel van de klacht geen deel uitmaakte van de klachtbehandeling door de huisartsenpost. Klaagster voerde dit onderdeel pas aan tijdens de procedure bij de geschillencommissie. Daarom moet volgens verweerster dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De commissie stemt hier mee in.

Vergelijkbare zaak: 20180108

Samenwerken aan kwaliteit




Stichting Klachten & Geschillen Eerstelijnszorg
Postbus 8018
5601 KA Eindhoven


088 0229100
Maandag t/m donderdag
tussen 09.00 en 17.00 uur.