Categorie: Toetsingskader

Juridisch kader: WGBO


De geschillencommissie toetst de aan haar voorgelegde klachten aan de bepalingen van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, uitspraken van de tuchtrechter, bepalingen in standaarden, richtlijnen en op basis van de feiten en omstandigheden van de betreffende klacht. 

Wet op de Geneeskundige behandelingsovereenkomst

Op de arts-patiënt en op de apotheker-patiënt relatie zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de Wet op de Geneeskundige behandelingsovereenkomst van toepassing. Deze bepalingen verplichten de hulpverlener om bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen en daarbij te handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. Dit houdt in dat de zorgaanbieder zorg dient te verlenen die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden ook zou hebben verleend.

Professionele standaard

De professionele standaard voor huisartsen is onder meer neergelegd in de standaarden van de NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) en in de KNMG-richtlijnen (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst). Voor apothekers is de professionele standaard onder meer neergelegd in de NAN 2006 (de Nederlandse Apotheek norm), in de richtlijnen van de KNMP (Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van der Pharmacie) en in het Handvest van de Apotheker.

Naast deze richtlijnen houdt de professionele standaard ook wetten, beroepscodes, uitspraken van de tuchtrechter, gedragsregels en handreikingen in. De professionele standaard kan gezien worden als de gedeelde waarden en normen binnen de beroepsgroep. Het is bedoeld om zorgverleners te ondersteunen in het verlenen van goede, veilige en verantwoorde zorg. Het geldt meer als een ‘handvat’ dan als een regel. Een zorgaanbieder kan namelijk bijvoorbeeld besluiten van een richtlijn af te wijken, dit moet de zorgaanbieder dan wel uitleggen en beargumenteren in het dossier.

De geschillencommissie zal ter beoordeling van de klacht, als de zorgaanbieder een richtlijn heeft gebruikt, uitgaan van dezelfde richtlijn. Op basis hiervan kan de geschillencommissie oordelen of de zorgaanbieder volgens de richtlijn heeft gehandeld. Als de zorgaanbieder afwijkt, oordeelt de geschillencommissie op basis van de argumenten over het handelen van de zorgaanbieder. 

Voorbeeld van een uitspraak waarin de zorgaanbieder adequaat heeft gehandeld:

Uitspraak 20180100, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster verwijt de huisarts dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld en geen foto heeft gemaakt van de pols van haar vijfjarige zoontje. Later bleek dat de pols van haar zoontje niet gekneusd was, maar gebroken. Op de arts-patiënt relatie is de WGBO van toepassing. Volgens de commissie is voldoende duidelijk dat de huisarts een zorgvuldig onderzoek naar de pols heeft uitgevoerd. Op basis van zijn onderzoek was het redelijk om te denken dat er op dat moment onvoldoende reden was om een röntgenfoto te laten maken. Dat er later een breuk bleek te zitten, maakt het oordeel van de commissie niet anders. Volgens de commissie heeft de huisarts gehandeld zoals redelijkerwijs van een professioneel handelende hulpverlener verwacht mag worden. Hij heeft een toereikend onderzoek uitgevoerd en de zekerheid van een foutloze diagnose is niet te geven. De klacht is daarmee ongegrond.

Vergelijkbare uitspraken:

  • 20180091, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20180126, Geschillencommissie Huisartsenzorg 
  • 20180118, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20180057, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20190010, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Voorbeeld van een uitspraak waarin de zorgaanbieder verwijtbaar heeft gehandeld:

Uitspraak 20180099, Geschillencommissie Huisartsenzorg

Klaagster ging naar de huisarts in verband met rugklachten. Klaagster vindt dat de huisarts hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld door haar rugklachten niet serieus te nemen, deze niet te behandelen, en haar niet te verwijzen naar een specialist of voor een MRI. Klaagster heeft hierdoor onnodige en langdurige pijn geleden en blijvende schade opgelopen, aldus klaagster. De huisarts stelt dat hij niet nalatig heeft gehandeld en volgens de geldende richtlijnen handelde. Voor de beoordeling van deze klacht heeft de geschillencommissie acht geslagen op de NHG standaard Aspecifieke lage rugpijn en de NHG standaard Lumbosacraal radiculair syndroom, voor de diagnostiek bij uitstraling in een been. De commissie ziet het stappenplan dat in de richtlijn staat niet terug in het dossier. De commissie gaat er daarom van uit dat er geen dergelijk stappenplan is gemaakt of gevolgd. In die zin is er geen duidelijk beleid gevolgd met betrekking tot de rugklachten. Ook had de huisarts een follow-up afspraak met de klaagster moeten maken gezien de erge pijn en uitvalsverschijnselen. Deze afspraak is niet gemaakt en niet vastgelegd in het dossier. De vertraging die hierdoor is opgelopen in de behandeling is volgens de commissie de schuld van de huisarts. De klacht is daarmee gegrond.

Vergelijkbare uitspraken:

  • 20180155, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20180117, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20180132, Geschillencommissie Huisartsenzorg
  • 20190070, Geschillencommissie Openbare apotheken

Samenwerken aan kwaliteit




Stichting Klachten & Geschillen Eerstelijnszorg
Postbus 8018
5601 KA Eindhoven


088 0229100
Maandag t/m donderdag
tussen 09.00 en 17.00 uur.